dinsdag 29 november 2011

RFO-blog dec 2011 #2 - "Voor veel nieuwe collega’s is het toch weer even schrikken"

Het Radio Filharmonisch Orkest geeft in de NTR ZaterdagMatinee van 10 december 2011 een concertante uitvoering van Salome, een opera in één akte van Richard Strauss, voorafgegaan door Das Gehege van Wolfgang Rihm, de componist die dit seizoen centraal staat in de ZaterdagMatinee. Repetities en concert staan onder leiding van eredirigent - tevens oud-chefdirigent - Edo de Waart. Verschillende leden van het orkest doen verslag van de repetities. > meer informatie over het concert

blogger vandaag: Pieter Vel, 1e viool

En dan lees ik vorig seizoen ineens dat de Salome van Strauss weer geprogrammeerd staat voor de Matinee...
Fijn om in de nadagen van mijn carrière als violist toch nog weer een keer terug te keren naar één van de componisten waar ik het eigenlijk allemaal zo graag voor wilde doen.
In mijn jeugdjaren was het bijna een soort opium die muziek van Salome en Elektra. In mijn gedachten hoor ik ook meteen weer Julius Patzak zingen: "Wie schön ist die Prinzessin Salome..." meteen aan het begin van de opera in een oude opname olv Clemens Krauss. Of ik zie Birgit Nilsson op de hoezen van de toenmalige langspeelplaten. De Wiener Philharmoniker onder Georg Solti.

Mijn eerste Straussopera die ik te zien kreeg was Der Rosenkavalier. Meegetroond door mijn vader die toen trombone speelde in het toenmalige USO maakte het allemaal diepe indruk op mij. Ik weet nog goed hoe mijn vader de fascinatie voor muziek - en dirigent Richard Krauss - mee naar huis nam.
Verbluffend was het, zo begreep ik, hoe zo iemand (in het geheel geen sterdirigent) een orkest als het USO nauwgezet en op liefdevolle wijze vertrouwd maakte met een stuk dat daar nog nooit gespeeld was.
Zangers waren in die tijd ook niet mis: Gré Brouwenstijn, Arnold van Mill, Dagmar Naeff. Wie kent ze nog...?
Ja, het was een gebeurtenis, en voor mij als jochie was het duidelijk, in die wereld wilde ik ook.
Eén van de dingen die ik me nu weleens afvraag : hoe komt het dat als ik de muziek nu beluister ik me toch nog steeds kan verplaatsen in de belevingswereld van toen.

Terug naar Salome. Een stuk dat ontstaan is, laten we dat niet vergeten, aan het begin van de vorige eeuw, de tijd ook van de psychoanalyse van Sigmund Freud. Een opera die als één van de werken te boek staat die de muziekgeschiedenis een totaal andere richting liet inslaan, ver verwijderd van alles wat burgerlijk was.
Zinnelijkheid, erotiek, hysterie, morbiditeit, gekoppeld aan geestelijkheid, het is allemaal aanwezig, staat vaak haaks op elkaar en speelt zich allemaal af in een dik uur.

Strauss zelf had het wel eens over een "Scherzo mit tödlichem Ausgang". De tijd omarmde het stuk vrijwel direct; Salome werd na de première in Dresden binnen twee jaar in vijftig verschillende theaters gespeeld. Je vraag je bij het beluisteren ook wel af waar die weg verder naartoe kon voeren.
Strauss dirigeerde het stuk zelf ook wel en het is opmerkelijk dat je bij zo'n koortsachtig stuk altijd denkt dat een dirigent zich dan ook wel te buiten zou kunnen gaan aan opzwepende gebaren. Niets van dat al. Strauss schijnt een bewonderenswaardige rust en terughoudendheid aan de dag gelegd te hebben. Hij dirigeerde vaak alleen maar met rechts waardoor een kleine beweging met links dan ook een dubbel effect had.



In mijn beleving door de jaren heen zijn er wel periodes waarbij je eigenlijk denkt: heeft hij na Salome en Elektra toch niet een knieval naar het publiek gemaakt door in een wat makkelijker aandoende stijl te componeren...
Daar kun je verschillend over denken.

Voor mij is het zo dat nadat ik verschillende opera's in München zelf gezien heb, en de stad heb beleefd met zijn chique publiek, rijkdom, kunst en niet te vergeten het prachtige Nationaltheater, ik gerust kan stellen dat al die componenten onvoorstelbaar goed passen bij m.n. die latere opera's.
Strauss zag als geen ander dat de weg die hij ingeslagen was met Salome en Elektra zich niet meer via zijn persoon verder kon ontwikkelen. Hij koos , beginnend met een heel ander meesterwerk, Der Rosenkavalier , een andere richting.
Bovendien bleef hij in die latere stijl(en) componeren als echte theaterman die zijn publiek begreep als geen ander. Zijn uitmuntende instrumentatiekunst stond hem daarbij ten dienste als een niet weg te denken stuk gereedschap.
Hij verloochende zichzelf niet want hij was onderdeel van dat publiek, bleef ook een 'gewoon' iemand die graag en hartstochtelijk een kaartje (Skat) legde met musici of vrienden.

Hoewel er meestal snel een oordeel valt over Strauss' politieke positionering in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog moeten we toch als nuance bedenken dat zijn scheppingsdrang in een ander land als de Duitssprekende naties al heel snel naar een ander niveau zou zijn afgegleden. De afhankelijkheid van zijn wereld met de vele theaters en 'zijn' immense publiek was m.i. bijzonder groot.

Nu kijk ik opnieuw uit naar de Salome onder Edo de Waart. Hoe zou ik e.e.a. nu ervaren na de laatste keer dat we het stuk speelden 10 á 15 jaar geleden, - toen nog in de orkestbak? Zou het weer anders voelen nu ik, maar ook de dirigent ouder zijn geworden?
De eerste groepsrepetitie voor de strijkers heeft inmiddels plaatsgevonden en voor veel nieuwe collega’s die destijds niet meespeelden is het toch weer even schrikken. Maar met een dirigent als Edo de Waart die weet hoe je zoiets aanpakt en die blijk geeft erg veel zin te hebben in dit evenement zal de spanning en kwaliteit bij de voorbereiding in stijgende lijn verlopen.

Radio Filharmonisch Orkest en Edo de Waart: veel succes en geniet ervan zolang het nog kan!

> RFO-blog dec 2011 #1 - "De kop is eraf..."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen