zaterdag 25 augustus 2012

Groot Omroepkoor zingt Ave Verum in 10e van Tijl

"Ik verlaat me op visuele cues van de mimiek van collega Elma"


door Pierrette de Zwaan, alt

Onaards vroeg gaat de wekker, maar ik spring er vol goede moed uit. Vandaag gaan we in Dordrecht zingen. Het televisieprogramma De Tiende van Tijl wil een opname maken van Mozarts Ave Verum met het Groot Omroepkoor opgesteld in een lange rij door de gangen van het ziekenhuis. Om de rij lekker op te rekken zullen we verdund worden met vrijwilligers, verpleegkundigen en, wellicht, zelfs enige kwieke patiënten. Deze zullen tussen ons worden opgesteld. De camera trekt de rij dan langs en het eindresultaat valt mijns inziens lastig te voorspellen, maar zo'n regisseur wist vast wel wat hij deed toen hij deze aanpak bedacht.
Hoewel ik gisteravond jarig was (iets met een 4 erin, waar ik het verder niet over wil hebben), bevind ik mij in een zachtaardige, ja welhaast charitatieve stemming. Mijn man en kinderen zal ik heerlijk laten slapen. Dat ík er zo vroeg uit moet, daar hoeft toch zeker niet iedereen onder te lijden? Toevallig ga ik goede werken verrichten in Dordrecht maar thuis kan ik dat ook, gratis en voor niets!
 

"Best schrikken als je vrouw ineens iets met een 4 is..."
Geruisloos douche ik, geruisloos kleed ik mij aan, en geruisloos tracht ik de vouwfiets uit de berging te halen. Dom, daar had ik natuurlijk twee dagen geleden al aan moeten beginnen. Het ding staat achter een vouwbed op wielen, onder een bolderkar, twee zakken vol schepjes met emmertjes, gezellig in omstrengeling met een loopfietsje en een kabouterfiets met zijwieltjes. Zo kom ik natuurlijk nooit op tijd bij de trein.
Mijn charitatieve stemming slaat abrupt om want krachtdadig optreden is nu vereist. Nadat het bouwsel in de berging met donderend geraas is omgelazerd, heb ik de vouwfiets in mijn begerige knuistjes. Inmiddels begint al wat kindergehuil, maar dat heb ik mooi even niet gehoord want ik ben een vrouw met een missie. Ik zoek nu het kekke lichtgewicht slot van de vouwfiets.
Echtgenoot moet de kinderen doen, hij heeft mijn verjaardag ietsje langer doorgevierd dan ik want het is best schrikken als je vrouw ineens iets met een 4 is. Dat behoeft enige verwerking, ik begrijp dat wel. Ik hoor hem stommelen. Nu niet hoorbaar uitlachen, dat lijkt me het verstandigst.
Het slot van de vouwfiets is er weliswaar, maar de sleutel blijkt ook na zorgvuldig zoeken niet tussen de achtentwintig sleuteltjes in het bakje te liggen, dus ik neem een motorslot van een kilo of vijf mee. Ben inmiddels erg aan de late kant, ik ruk en schop de fiets in gebruiksstand en dan blijkt de ketting eraf te liggen.
Ik vind mezelf ineens best zielig, maar dan staat Echtgenoot als een deus ex machina ook buiten en ik kijk tevreden toe hoe zijn lelieblanke doktersvingers binnen vijf seconden gitzwart zijn. Ik fleur er helemaal van op en de schat bedient ook nog de fietspomp. De satansfiets doet het daarna buitengewoon goed dus ik haal de trein. En de trein rijdt! Zonder vertraging! 

Een lange sliert door de gangen, hand in hand
Dordrecht! Heerlijk fietspad! Wat een zalige koffie in het ziekenhuis! We repeteren eerst wat onder leiding van onze nieuwe chef Gijs Leenaars en nee, ook vandaag mogen we weer niet vals zingen. Hij krijgt het gedaan dat we in een kwartier een intiem, onschuldig geluid produceren en dat is voor mij net zo hoopgevend als de modulatie naar D-groot die de genezing van alle zieken of dan toch op zijn minst die van Constanze Mozart zou kunnen beduiden. Mozart schreef het stuk naar verluidt als dank voor de genezing van zijn vrouw die in kuuroord Baden vertoefd had.
Daarna maken we eerst een aparte geluidsopname in de centrale hal van het ziekenhuis. Dat is snel voor elkaar en dan komt het beeld. Inderdaad een lange sliert door de gangen, hand in hand. We zingen zachtjes wat mee met de opname die via geluidsmonitors meeloopt wat voor mij in ieder geval moeilijk is omdat ik de monitor niet goed kan horen. Ik verlaat me op visuele cues van de mimiek van collega Elma die om de bocht staat en de monitor volgens mij wel moet kunnen horen. Het resultaat van deze carambole is nogal ongelijk, maar ach de cameramensen zijn toch allang weer verderop. Dit doen we een paar keer en dan staat het er op. Ik ben zeer benieuwd naar het eindresultaat...


(foto's: Paul van den Berg)

dinsdag 10 juli 2012

Uyt den ouden doosch #23 - Piet Ekel (1921-2012)

Meer dan Malle Pietje

door Jan Jaap Kassies

Veel ‘beroemdheden’ ontlenen hun faam aan één aspect van hun leven c.q. werk. Bij nadere beschouwing blijkt dan vaak dat ze zich met vele, soms geheel andere zaken hebben beziggehouden. Deze zijn dan volledig op de achtergrond geraakt door die ene ‘hit’. Niet alleen popgroepen, componisten en schrijvers treft dat lot, ook omroep(anno nu media-)persoonlijkheden hebben te lijden onder een dergelijke blikvernauwing.

Op 28 juni overleed op 90-jarige leeftijd de acteur Piet Ekel, bekend door zijn rol van Malle Pietje in de televisieserie Swiebertje. Zijn carrière was begonnen bij ‘de radio’: kort na de Tweede Wereldoorlog rolde hij in het vak door met een voordracht een radiowedstrijd te winnen. Hij werd discotheekmedewerker bij Radio Nederland in Overgangstijd, waar hij zijn collega’s vermaakte met imitaties van bekende personen. Vervolgens werd hij gastacteur bij de hoorspelafdeling van de Nederlandsche Radio Unie. Hier speelde hij vooral ‘bijzondere gevallen’, zoals heksen, reuzen, boeren en narren. Hij werkte als acteur of regisseur mee aan meer dan duizend hoorspelen, en was vele jaren betrokken bij allerlei radioprogramma’s van uiteenlopende omroepverenigingen, zoals Negen heit de klok, De bonte Dinsdagavondtrein en NCRV’s Steravonden. Ook reisde hij jarenlang het land door met cabaretprogramma’s van radio-artiesten voor de omroepen, om nieuwe leden te werven of de band met de leden te verstevigen.

Lange tijd was hij samensteller en regisseur van ‘Nationale programma’s’ van de gezamenlijke omroepverenigingen. Hierbij ging het onder meer om de viering van koninklijke verjaardagen, herdenkingen/vieringen op 4 en 5 mei, Prinsjesdag, de Watersnoodramp of de Hongaarse Opstand. Naast zijn optredens als acteur, cabaretier, imitator, coach, producent/regisseur bij radio en tv deed hij nasynchronisaties en reclamespots en was hij Bart van de Melm, de praatboer bij KRO’s Bietenbouwers. Oudere lezers herinneren zich de titels wellicht: Calimero, Paulus de Boskabouter, Barend de Beer, Coco en de vliegende knorrepot etc. etc. Ook acteerde hij op het toneel en in de film Op de Hollandse toer (met Wim Sonneveld). In de Muziekbibliotheek bevindt zich niet alleen muziek die is gebruikt bij een aantal van bovengenoemde radioprogramma’s (zie hier voor een fraaie bloemlezing), maar ook het uitvoeringsmateriaal van de NCRV-hoorspelserie Lieden in Last voor de Steravonden in het seizoen 1960/61. De tekst hiervan werd geschreven door Alexander Pola en Nicolaas Mens, de muziek door Guus Jansen, die ook verantwoordelijk was voor de uitvoering ervan. Acteurs die meewerkten: Péronne Hosang, Jan Pruis, Lex Goudsmit, Rijk de Gooijer, Herbert – Klukkluk – Joeks (nog zo iemand die meer deed dan alleen in de Pipo-serie acteren) en vele anderen.

> Uyt den ouden doosch #22 - Het Mariannelied

donderdag 3 mei 2012

Uyt den ouden doosch #22 - Het Mariannelied

door Jan Jaap Kassies

Op 1 mei wordt al sinds lange tijd De Internationale gezongen, symbool voor de strijd van de arbeidersbeweging voor een betere maatschappij. Strijdliederen behoorden vanaf het begin tot de kern van de VARA-programmering; elke uitzenddag opende en sloot met een lied, veelal gezongen door een koor van de Bond van Arbeiderszangkoren. Na de verkiezingen van april 1933 trad het kabinet-Colijn aan, dat het gezag wilde herstellen en versterken, en strenge controle wilde op ‘de politiek in de radio’. Dit culmineerde in een rigoureuze beperking op het uitzenden van strijdliederen, om zo de ‘funeste’ invloed van de VARA een halt toe te roepen. Op 17 oktober ontving de VARA een brief waarin uitzending van De Internationale in elke vorm werd verboden. Alleen strijdliederen waarin, zonder de huidige maatschappij te verwerpen, een betere toekomst wordt bezongen, waren nog toegestaan. Het niet lang daarvoor gecomponeerde Solidariteitslied (Voorwaarts en niet vergeten) van Hanns Eisler zou voorlopig niet meer klinken via de ether. Een ander strijdlied van zijn hand, genoteerd in de maand waarin Colijn aan de macht kwam, lag bijna 80 jaar op ontdekking te wachten in de kelder van de Muziekbibliotheek.

De Flierefluiters
De Muziekbibliotheek van de Omroep (MB) is ca. 70 jaar geleden tot stand gekomen. Voordien hadden de omroepverenigingen (AVRO, VARA, KRO, NCRV en VPRO) elk een eigen collectie bladmuziek. Doordat de MB-collectie nog niet volledig in kaart is gebracht duiken er de laatste tijd, nu wat intensiever naar het ‘oude materiaal’ wordt gekeken, regelmatig bijzondere zaken uit de pre-automatiseringsperiode (voor 1980) op. Behalve honderden handgeschreven Nederlandse composities bevinden zich daar ook interessante werken van Duitse hand onder. Na de vondst van het Pianoconcert van Hindemith-leerling / Mendelssohn-prijswinnaar Bernard Heiden (totaal onbekend – wie gaat het uitvoeren?) kwam zeer recent het manuscript van het Mariannelied van Hanns Eisler uit een oude VARA-map tevoorschijn. Het gaat om een ‘Bearbeitung eines holländischen Sozialistenmarsches’ voor blaasorkest (incl. piano, banjo en slagwerk), die Eisler in 1933 schreef voor het destijds vermaarde VARA-ensemble De Flierefluiters. Het Mariannelied (oorspr. La Marianne) werd in 1883 gecomponeerd door ene Léon Trafiers – een man over wie zo weinig bekend is dat zijn naam op de Nederlandse uitgave als ‘Frafiers’ staat vermeld.

Door Eisler gedirigeerd
Hanns Eisler, wiens 50ste sterfdag dit jaar wordt herdacht, ontvluchtte zijn geboorteland nadat Hitler er in 1933 aan de macht kwam; iemand die een jaar eerder het Solidariteitslied had geschreven (met Bertolt Brecht) had daar weinig meer te zoeken. Aan het begin van zijn ballingschap deed hij even Hilversum aan; hij was daar in december al eens geweest om, samen met de grote zanger Ernst Busch, mee te werken aan een Oudejaarsconcert voor de VARA-radio, begeleid door De Flierefluiters. Een VARA-medewerker had het tweetal op de trein terug naar Berlijn gezet en gezegd dat ze in geval van nood altijd welkom waren. Terwijl Ernst Busch nog vele malen voor de VARA-microfoon zou optreden – hij heeft zelfs enige tijd in Nederland gewoond – bleef Eislers aanwezigheid hier beperkt. Dankzij het monnikenwerk van Ad Maatjens – hij inventariseerde voor zijn studie Populaire muziek op de radio 1919-1941 alle muziekuitzendingen verzorgd door de toenmalige radio-ensembles – is bekend dat Eisler op 15 april 1933 het VARA-ensemble De Flierefluiters dirigeerde. Wellicht werd het lied gezongen (in de jaren ’20 was er in de reeks Het opstandige lied een uitgave verschenen met een Nederlandse tekst van P.C. de Ruyter) – vooralsnog is dat niet zeker. De datering die uitgeverij Breitkopf & Härtel toekent aan deze bewerking van het Mariannelied (1933?) kan dus zonder reserve worden aangenomen. Goed dat Colijn niet een halfjaar eerder aan de macht is gekomen…

(Bron: H. Wijfjes – VARA, biografie van een omroep)

> Uyt den ouden doosch #21: De verrassende inhoud van een oude kast

maandag 23 april 2012

Groot Omroepkoor in Beethovens Missa Solemnis (19 t/m 25 april 2012) #3

bij het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Solisten: Gerald Finley (bas), Werner Güra (tenor), Marlis Petersen (sopraan), Elisabeth Kulman (alt). Concerten in Amsterdam (Concertgebouw) en Londen (22 apr, Barbican Hall). (> meer informatie)

"Gestrand in het zicht van de finish. Je verzint het niet, zoiets."

door Pierrette de Zwaan (alt Groot Omroepkoor)

Het gaat goed met de concerten en zondag gaan we naar Londen. Op zaterdagavond brengen we de kinderen naar oma en op zondagochtend staan we om acht uur op. Aangezien we nu eens niet oeverloos voor de voeten gelopen worden door onze schatjes zitten we om kwart over acht op de fiets en om zeven voor half negen in de trein. Om half negen zijn we op Schiphol en om negen uur aan het ontbijt. Dertig(!) euro voor 1 bakje yoghurt, 2 koffie, een broodje en een wortelsapje met een dermate achterbakse gifsmaak dat het de prullenbak inging. Om tien uur worden we hartelijk welkom geheten door our captain speaking die (als ik het echt goed verstaan heb) luistert naar de naam Ballast. Veelbelovend!

In de bus van het vliegveld naar de concertzaal komt er een klein kinkje in onze strakke tijdsplanning. Echtgenoot heeft een rokkostuum meegenomen in plaats van een pak. En de bus doet er ongeveer drie kwartier langer over dan gepland. Als we uitstappen bij Barbican Hall smijten we de spullen in de kleedkamer en rennen de stad in. Londen is best groot als je een beetje haast hebt, valt ons op. We vinden een winkel die open is en rukken in vijf minuten een zwart jasje, een wit overhemd en een stropdas uit het rek. Na tien minuten rennen we weer terug naar de zaal. Ondertussen kopen we een broodje, want van rennen krijg je dan ineens wel weer zin in iets kleins en erger dan het ontbijt op Schiphol kan het niet worden.

We zijn net op tijd bij de repetitie, ik vind bij toeval in één keer het podium, maar echtgenoot neemt helaas een licht afwijkende route en blijft, samen met -uiteraard- een andere tenor, steken achter een deurtje dat alleen open kan met een codeslot. Gestrand in het zicht van de finish. Je verzint het niet, zoiets. Ze zien er passend beschaamd uit.



> blog #2: "Harnoncourt heeft een hekel aan een potje richtingloos loeien"
> blog #1: "Het Concertgebouworkest heeft een lollige attractie voor ons bedacht"

woensdag 18 april 2012

Groot Omroepkoor in Beethovens Missa Solemnis (19 t/m 25 april 2012) #2

bij het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Solisten: Gerald Finley (bas), Werner Güra (tenor), Marlis Petersen (sopraan), Elisabeth Kulman (alt). Concerten in Amsterdam (Concertgebouw) en Londen (22 apr, Barbican Hall). (> meer informatie)

"Harnoncourt heeft een hekel aan een potje richtingloos loeien"

door Pierrette de Zwaan (alt Groot Omroepkoor)

De generale repetitie vindt woensdagavond 18 april plaats met publiek, en de musici volledig opgetuigd want er worden vast extra televisieopnames gemaakt. De jurken van de damessolisten stellen alvast niet teleur.
We zingen het stuk vanavond voor het eerst in zijn geheel door, en dat blijkt een openbaring te zijn. Het wordt ineens heel duidelijk hoe je je krachten moet verdelen: nergens, maar dan ook nergens voluit gaan blèren, maar direct volume terugnemen waar dat kan.

Dit is ook precies wat Harnoncourt wil, hij heeft een geweldige hekel aan 'tenuto', vrij vertaald: een potje richtingloos loeien. Alle dynamiek komt uit de vorm van de tekst, en als je dit consequent doet dan is het prima te zingen. En wat is het mooi, en wat is deze muziek eigenlijk ongelofelijk speels! Overal zitten innige walsjes verstopt, tedere wiegenliedjes en oprechte vragen aan de hogere macht. Zelf ben ik van het Vrolijk Heidens genootschap, ik geloof helemaal niets en kan me er ook slecht in verplaatsen, maar tijdens het zingen moet ik veel denken dat Harnoncourt die ochtend vertelde dat Beethoven in de kantlijn van zijn manuscript had gekrabbeld "Gott hat mich nie verlassen". Langzaam volledig doof geworden, hoe afschuwelijk moet dat voor hem geweest zijn, maar toch: "Er hat mich nie verlassen". Het stuk barst van levenslust en optimisme. Een eind verderop schreef hij dan wel weer sacherijnig "aber der Wein war wieder slecht".
Donderdagavond première, live op Cultura24!

(foto's: Koninklijk Concertgebouworkest)

> blog #1: "Het Concertgebouworkest heeft een lollige attractie voor ons bedacht"

dinsdag 17 april 2012

Groot Omroepkoor in Beethovens Missa Solemnis (19 t/m 25 april 2012) #1

bij het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Solisten: Gerald Finley (bas), Werner Güra (tenor), Marlis Petersen (sopraan), Elisabeth Kulman (alt). Concerten in Amsterdam (Concertgebouw) en Londen (22 apr, Barbican Hall). (> meer informatie)

"Het Concertgebouworkest heeft een lollige attractie voor ons bedacht"

door Pierrette de Zwaan (alt Groot Omroepkoor)

Zaterdag: Al een kleine week onderweg met de Missa Solemnis van Beethoven. De instudering geschiedt onder leiding van onze vaste gastdirigent Michael Gläser. Hij doet zijn best, maar af en toe kijken we elkaar wat wanhopig aan. Het is zo ontzettend veel, zo ontzettend lang, zo ontzettend hard en zo ontzettend hoog. Dat laatste geldt met name voor de sopranen. In de pauze klagen we nog wat meer en zijn het dan eens met onze Zuid-Afrikaanse collega Henda, dat het mogelijk moet zijn om een olifant op te eten, mits hapje voor hapje. Dat het ook een mooi stuk is, blijft op dit moment nog een vermoeden.
Om mezelf thuis weer wat op te peppen, bekijk ik het volgende filmpje nog maar eens:



Maandag: een dagje zondagsrust opgevuld met paardrijden in Appelscha. De lieve schat "Ting" gaf mij na de bosrit een grappig bedoelde kopstoot van onderaf tegen mijn kin. Ik stond op dat moment net wat onintelligent voor me uit te mijmeren (dat ik toch maar weer mooi zonder valpartijen terug was gekomen) met als gevolg dat ik links en rechts een aardig eind door mijn eigen tong heen beet. Op de articulatie van gesproken en gezongen taal heeft het een komisch effect. Komt wel weer goed.

We hebben 's avonds een repetitie in het Concertgebouw met Harnoncourt. Maar eerst nog even een klein voorprogrammaatje doorlopen met onze koordirigent. Het Concertgebouworkest heeft een lollige attractie voor ons bedacht. We repeteren in de Kleine Zaal. Dat past niet op het podium, dus het koor zit in de publieksstoelen en Herr Gläser staat op het podium te zwaaien. Het effect is tweeledig: enerzijds lijkt het net alsof er iemand een heel erg vreemd recital met veel armchoreografie staat te geven, en anderzijds dat van een grootse meezingmanifestatie, de scratch-Missa Solemnis, en zo klinkt het helaas ook. We moeten even heel erg wennen aan deze omstandigheden. De stoelen zijn ook niet ontworpen om actief de zang in te bedrijven, maar meer voor het consumeren van zulks. De kunst is natuurlijk wel om hier de humor van in te blijven zien. "Succes met je debuut in de Kleine Zaal!", gil ik tegen wat collega's.

zaterdag 24 maart 2012

RFO-blog mrt2012 #5 (slot) - "Het Utrechtse publiek verkoos de concertzaal boven het terras"

Het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor voeren voor het eerst sinds 1977 de complete versie uit van Hector Berlioz' 'symphonie dramatique' Roméo et Juliette, op.17 uit 1839. De repetities en het concert op vrijdag 23 maart 2012 stonden onder leiding van James Gaffigan, de vaste gastdirigent van het RFO. Leden van het orkest hielden een blog tijdens het repetitieproces. (> meer informatie over het concert)

"Zal het nu weer 35 jaar duren voordat we dit meesterwerk opnieuw uitvoeren?"

door Rebecca Smit (cello)

Soms verschijnen er muziekstukken op je lessenaar waarvan je je afvraagt waarom je ze nu pas hebt leren kennen. Is het toeval dat je dit stuk nog niet kende of valt het onder de categorie ‘verborgen’, misschien ‘verwaarloosde’ of zelfs wel ‘vergeten schatten’? Roméo et Juliette van Hector Berlioz is een voorbeeld van zo’n compositie. Dit geweldige en expressieve werk werd in zijn complete versie in 1977 voor het laatst door een radio-orkest uitgevoerd en was pas 35 jaar later opnieuw te horen in Muziekcentrum Vredenburg: afgelopen vrijdagavond brachten het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor deze ‘symphonie dramatique’ ten gehore, onder de bezielende leiding van de energieke en sympathieke dirigent James Gaffigan. Het Utrechtse publiek had op deze prachtige lenteavond de concertzaal in grote getale verkozen boven het terras.

Berlioz liet zich inspireren door de literatuur en raakte destijds in Parijs dusdanig onder de indruk van een opvoering van de beroemde tragedie van Shakespeare en met name van één van de hoofdrolspeelsters, dat hij besloot tot het schrijven van een dramatische symfonie. Berlioz beschouwde deze compositie met klem als ‘een symfonie met koor’ en niet als ‘opera’ en dat kun je je goed voorstellen als je de partituur openslaat. De diverse virtuoze orkestdelen, zoals het scherzo, zijn een ware uitdaging voor ieder orkest en tijdens het spelen van deze en diverse andere passages heb ik vaker het gevoel dat we met een kleine extra harmonische afslag zo in de Symphonie Fantastique [op 18 en 20 november 2011 nog uitgevoerd door het RFO, red.] van dezelfde componist terecht hadden kunnen komen. Het idioom van beide stukken vertoont namelijk zeker gelijkenissen: Berlioz is heel herkenbaar aanwezig door de grillige baslijntjes en de onvoorspelbaar klinkende maar speelse trillertjes, afgewisseld door meer lyrische en verstilde passages.
Toch ontbreekt in de ‘symphonie dramatique’ het opera-element zeker niet, wat het dramatische karakter van deze symfonie extra onderstreept: afwisselend klinken er recitatieven en ontroerende aria-achtige gedeeltes in kamermuziekbezetting, zoals de solo van mezzosopraan Géraldine Chauvet, begeleid door toverachtige akkoorden van de harp en later vergezeld van een melancholisch klinkende melodielijn voor 6 celli.

In een ander deel zingt er een backstage Groot Omroep mannenkoor zo indrukwekkend zacht dat je als strijker bijna met één haar van de strijkstok moest spelen om hen goed te kunnen begeleiden.

Voor het orkest was dit concert een avontuur: de dirigent had al deze losse delen de afgelopen week heel goed en efficiënt gerepeteerd door telkens tijdens de repetities met de grootste bezettingen te beginnen en te eindigen met de kleinere, waardoor de uiteindelijke grotere muzikale spanningsboog van de gehele symfonie ook voor ons musici pas op het concert ècht werd ontrafeld.
De rijke variatie in partituur, bezetting en klankkleur maakten dat de avond omvloog: door de snelle sfeerwisselingen in de muziek word je als musicus constant alert gehouden zodat je het bijna twee uur durende stuk muziek niet als lang ervaart, eerder als spannend. Ook het publiek leek meegenomen te worden in het muzikale verhaal, dan weer wegdromend door de lyrische aria’s, dan weer wakker geschud door woeste en onheilspellend klinkende orkestrale passages. Orkest, koor, dirigent en solisten werden na afloop dan ook beloond met een warm applaus en een staande ovatie.

Na afloop verlaten musici en toehoorders de zaal. Voor sommigen is het nu tijd voor een borrel, voor anderen voor de bus en zo verspreidt iedereen zich over het gebouw, het parkeerterrein en de stad. In de zaal zelf weerklinken al gauw alleen nog de geluiden van schuivende stoelen en lessenaren die worden opgeruimd en instrumenten die weer worden ingepakt en ingeladen. Backstage vraag ik me af of het nu weer 35 jaar zal duren voordat dit meesterwerk van Berlioz in deze stad weer tot leven zal komen. Ik hoop veel eerder want ik weet in ieder geval nu al dat ik daar niet zo lang op zal kunnen wachten!

foto boven: Mirjam Bosma, foto's beneden: Rebecca Smit

> RFO-blog mrt2012 #4 - Een dagje backstage in Vredenburg Leidsche Rijn
> RFO-blog mrt2012 #3 - "Posthuum benoem ik Paganini tot Medewerker van de Maand!"
> RFO-blog mrt2012 #2 - "Hoog tijd om verliefd te worden!"
> RFO-blog mrt2012 #1 - "Wat is er mooier dan één fagot? Juist!"