zaterdag 29 september 2012

Metropole Orkest op tournee met Tori Amos - dag 3

"Tori doet verschrikt haar oren dicht. Veel te hoog!"

door cellist Jascha Albracht

Jules Buckley, onze piepjonge energieke dirigent, krijgt het voor elkaar om op de laatste repetitiedag zowel in vliegende vaart door het omvangrijke repertoire te gaan en tegelijkertijd toch goed te repeteren. Als hij mij na afloop van de repetitie ziet zegt hij: “Ik weet alles van je blog Jascha”. “Ik zal het beleefd houden”, mompel ik gekscherend, refererend aan mijn vorige blog tijdens de tour met de Basement Jaxx. Volgens mij wordt zijn Nederlands steeds beter. Jules doet namelijk naast het Metropole Orkest ook diverse andere projecten in ons land. Een echte ‘coming man’ zoals dat zo mooi heet. Ik hoop van harte dat hij nauw verbonden blijft aan ons orkest, hij is van zeer grote waarde voor het Metropole.

Zoals ik al schreef is Tori een buitengewoon goede en van oorsprong klassiek getrainde pianiste. Bij het nummer Edge of the Moon hoor ik een klassiek werk: Siciliano uit een fluitsonate van Bach. Een prachtig stukje dat persoonlijk vooral ken van een schitterende transcriptie voor piano van Wilhelm Kempff die ik zelf met heel veel plezier gespeeld heb. Ik vraag aan haar hoe dat zit. Ze vertelt dat ze vorig jaar bij Deutsche Grammophon haar debuut heeft gemaakt met een album dat helemaal geïnspireerd is op beroemde klassieke meesters (Night of Hunters) en dat dit nummer inderdaad haar persoonlijke interpretatie van de Siciliano is (kijk voor een vergelijking van origineel en bewerking op http://youtu.be/QrbLeepz1C0 & http://youtu.be/PUCABTswYGo). Overigens is het nieuwe album Gold Dust dat bij deze tour gepromoot wordt ook uitgegeven door Deutsche Grammophon, niet verkeerd!

Als de pauze aanbreekt klinkt er een hoge snerpende, rondzingende piep door de speakers aan de linkerkant van het orkest. De meeste musici doen verschrikt hun oren dicht. “Kunnen we meteen zien wie er al echt doof is”, zegt iemand een beetje ironisch. Ik moet denken aan het zwartgallige grapje van de Tsjechische componist Smetana, die zijn naderende doofheid met de daarbij behorende piep in zijn oor uitbeeldde in zijn 1e strijkkwartet met een hoge E in de 1e viool. Later op de dag komt dit gegeven op wonderlijke wijze nog een keer langs als de 1e violen het nummer Snow cherries from France moeten inzetten met een hoge C (het uitbeelden van een winterse zonsopgang). Om het effect te verhogen proberen ze het een octaaf hoger met als resultaat een zeer ijzige en snerpende noot. Tori doet verschrikt haar oren dicht. Veel te hoog! Zo zijn het geen ‘snow cherries’, maar ‘iced cherries’ merkt Merijn Rombout, de aanvoerder 2e violen, op. Dan toch maar weer een octaaf lager. Een glimlach op Tori’s gezicht is het gevolg: veel beter...

Het is voor een zaterdagmiddag razend druk in het MCO, ik zie honderden mensen in de hal. Navraag leert dat er een workshopdag is van het Groot Omroepkoor met maar liefst 600 zangers. Aha!
Omdat de concertreeks maandag al van start gaat zetten we vandaag nog even een tandje bij. We spelen in elke stad een andere combinatie van songs. Aan het einde van de repetitie verzucht aanvoerder Emile: “Ik kan nu echt niks meer opnemen op mijn harde schijf”. Hij heeft naast deze repetities ook nog 3 avonden achter elkaar concerten met zijn Zapp strijkkwartet. Iets reproduceren vanaf de harde schijf zit er dan wel nog in. Ik leer hoe ik het waarschuwingssignaal van de Parijse Metro op mijn cello kan nadoen. Grappig!

> Dag 1: "Ik hoor wat gezucht en gesteun in de cellogroep"
> Dag 2: "In de pauze vraag ik aan Tori of ze dit instrument al lang heeft"

vrijdag 28 september 2012

Metropole Orkest op tournee met Tori Amos - dag 2

"In de pauze vraag ik aan Tori of ze dit instrument al lang heeft"


door cellist Jascha Albracht

Het moet er ruig aan toe zijn gegaan gisteren bij DWDD, te oordelen aan de bijzonder verkreukelde partij op de aanvoerderslessenaar van het stuk dat daar gisteren gespeeld is (Zie foto. Met dank aan Annie, die vandaag een fototoestel meeheeft, handig!)
De aanvoerder van de contrabassen en onvolprezen OC-voorzitter Erik Winkelmann vertelt voor aanvang van de repetitie dat de wetten van de tv-regie super-streng zijn waardoor er ondanks intensieve actie van onze kant er gisteren met geen woord over de precaire situatie van het Metropole is gerept. Zelfs het apart ontworpen T-shirt met de tekst: “Laat het Metropole Orkest spelen’ heeft (in dit geval) niet mogen baten. Helaas heeft vervolgens ook de flitsende cameraregie van DWDD er niet toe bijgedragen dat de tekst goed in beeld was... Balen!!



Het valt me vandaag pas op dat er een andere vleugel in de studio staat. Het zijn vooral de kleine haakjes waarmee de klep vastzit die opvallen: ze zien eruit alsof ze heel vaak losgehaald zijn. Speelde Tori Amos niet op een Bösendorfer? Inderdaad, bij nadere beschouwing zie ik de karakteristieke ronding die alle concertvleugels van de Weense pianofabrikant kenmerkt. In de pauze vraag ik aan Tori of ze dit instrument al lang heeft. Ze vertelt dat ze deze vleugel al bespeelt sinds halverwege de jaren ’90 en dat er erg goed voor ‘m gezorgd wordt. Tori is een vloeiende prater, niet verwonderlijk voor iemand die zo goed zingt en piano speelt. Soms kan ik haar vlotte Amerikaanse tongval niet 100% volgen, maar ik begrijp dat haar vleugel nu niet meer standaard bij elk concert wordt ingevlogen; de oude baas krijgt ook wat rust.

Opvallend detail dat ongetwijfeld een bepaalde nuttige functie heeft: Tijdens de repetities zie ik Tori voortdurend kauwen op iets, waarschijnlijk kauwgum. Bas de Rode, de cellist die onze gelederen deze tournee versterkt, vraagt zich verbaasd af hoe ze het in hemelsnaam voor elkaar krijgt om daarbij ook nog te zingen. Het ziet er in ieder geval erg getraind uit. Dat zal ze vast vaker doen. Mijn andere collega-cellist Maarten wil in de pauze graag even mijn elektrische cello uitproberen, die ik daarvoor speciaal heb meegenomen naar de studio. Het hele repertoire komt langs, Lalo, Haydn, Dvorak, Bach. Maarten heeft het zoals altijd uitermate goed in de vingers. Het maakt niet uit op wat voor cello hij speelt. Ik vraag aan hem wat hij van de cello vindt: “Beter dan die van Bastiaan” (onze aanvoerder) luidt het antwoord. Dat zegt me nog niet veel eigenlijk. Hein Bouwman, onze immer opgeruimde orkestassistent roept echter enthousiast: “Laten we er meteen zes bestellen voor in het orkest!” Lijkt mij een prima idee..

Gehoorde quote vandaag tijdens de repetities: “Deze muziek lijkt erg op die van Mathilde Santing.” Ik vraag me af of dat dan niet andersom is. Kip-ei verhaal? In de pauze zie ik Henk & Henk ( Schepers en Heijink, respectievelijk onze manager en producer) een praatje maken staande voor Tori’s Bösendorfer. Ik kom te weten dat deze tour een een spin-off is van het concert tijdens de (eerder genoemde) Week van het Metropole in 2010. Net als de cd Gold Dust die tegelijk met deze tour uitkomt. Toch gaaf om te realiseren dat we nu met zo'n wereldberoemde artiest mogen touren en dat we wereldwijd worden gepromoot via een prachtige en unieke opname.

donderdag 27 september 2012

Metropole Orkest op tournee met Tori Amos - dag 1

"Ik hoor wat gezucht en gesteun in de cellogroep"


door cellist Jascha Albracht

27 september 2012. Het doet me genoegen om weer verslag te kunnen doen van de eerste tournee van het Metropole sinds de Basement Jaxx in Londen. Ditmaal gaan we met Tori Amos op stap. Fantastisch! Concerten zijn in Rotterdam, Brussel, Londen en Berlijn. Aanvankelijk zouden daar ook nog de twee Europese hoofdsteden beginnend met de letter W bijzitten: Wenen en Warschau. Maar helaas. Warschau gaat wel door, maar Tori speelt daar met het Pools Radio Orkest. Wenen is sowieso geschrapt. Stiekem vind ik dat best jammer. Berlijn, Londen en Brussel ken ik erg goed. Wenen een beetje en Warschau helemaal niet. Maar het moet gezegd: geweldig dat we überhaupt op tour gaan!! De boel is in twee delen opgesplitst: 1, 2 en 3 oktober respectievelijk De Doelen, Paleis voor schone Kunsten en de Royal Albert Hall. Twee weken later dan op de 15e de Philharmonie in Berlijn.

Zodra ik ’s ochtends naar de studio loop zie ik Tori Amos al in de gang staan overleggen met dirigent Jules Buckley. Ik ben verrast, ze is er vanaf de eerste noot bij! Meestal repeteren we toch minstens een dag zonder solist, al helemaal met het kaliber van deze. Ook bijzonder: vandaag zitten we voor het eerst in ons Metropole-leven met 6 cello’s in het orkest. Alleen onze aanvoerder Bastiaan is er niet bij deze tour, maar hij heeft ook niet meegespeeld bij het vorige project met Tori Amos. Dat was in oktober 2010, tijdens de week van het Metropole. Ik word daar bijna dagelijks aan herinnerd nu ik sinds de komst van mijn nu twee maanden oude zoon ineens drie keer zo vaak de was sta op te hangen op zolder. Daar hangt op een groot affiche aan de muur met Tori Amos en Moke erop. Grappig: nu ik dit schrijf realiseer ik me ineens dat de leadzanger van Moke dezelfde naam heeft als mijn zoontje. Sheer coincidence…

Er staat een flinke stapel partijen op de lessenaar en we fietsen redelijk vlot door de songs heen. Ik hoor wat gezucht en gesteun in de cellogroep: een overdaad aan kruisen en mollen. Toeval? Annie Tangberg oppert dat Tori als pianiste wel fan moet zijn van zwarte toetsen. "Minder kans om ernaast te slaan." Dat is plausibel, maar het moet gezegd dat Tori Amos een geweldige pianiste is. Op haar 5e mocht ze al naar het conservatorium, de jongste leerling ooit! Het zijn vooral ook de intense sferen die medebepalend zijn voor het gebruik van toonsoorten met veel kruisen en mollen. Ik vind het wel voor Tori pleiten. Heel veel populaire musici die langskomen in de studio blijven veelal dichter bij huis met toonsoorten als C, D en G en hun mineurvarianten.

“Heeft er iemand van jullie wel eens in de Royal Albert Hall gespeeld?” vraagt Jules plotseling. Er wordt één vinger opgestoken… Laat dat nou niet toevallig ook onze Engelse musicienne Julia zijn. Verder wordt het dus voor iedereen een unieke ervaring om in een van de beroemdste concertzalen ter wereld te mogen spelen. Met een ietwat ironische grijns op zijn gezicht vervolgt Jules: “Hou er rekening mee dat het klinkt alsof je er alleen zit te spelen!” Waarop mijn collega Wim Grin opmerkt: “Eindelijk! Kun je jezelf eens een keer goed horen…” Tja, zo had ik het nog niet bekeken!

Tussen de stukken door werp ik een blik op het tourboekje dat Iris Andringa met uiterste zorg heeft opgesteld. Het klinkt wel leuk, Brussel, Londen en Berlijn, maar in de praktijk hebben we nauwelijks tijd om deze steden te zien. Het is vooral een speel-tournee. Nou ja, prima. In 2011 hadden met Basement Jaxx zeeën van tijd om de stad te bekijken. Het kan ook wel iets minder. Ondanks het strakke schema heeft Iris wel talloze toeristische tips en plattegronden bijgevoegd. Wie weet vinden we toch nog wat gaatjes om iets te ondernemen.

De repetitie verloopt heel vlotjes en Tori Amos heeft er overduidelijk zin in. Net als het orkest. Fijn!! We houden iets eerder op omdat er nog gerepeteerd met worden voor DWDD vanavond. Dat is met een kleine bezetting. Ik ben benieuwd hoe dat gaat zijn! Leuk om eens een keer zelf te kunnen kijken ipv in de studio in Amsterdam te zitten...

dinsdag 4 september 2012

Uyt den ouden doosch #24 - Heeft u een sigarenbandje?

door Jan Jaap Kassies (medewerker Muziekbibliotheek v/d Omroep)

Juli 2012. Een kelderruimte in het MCO-gebouw aan de Heuvellaan. Muziekbibliotheek-vrijwilliger Maarten Eilander trekt een map uit een kast, slaat hem open en wrijft zijn ogen uit: hij houdt na driekwart eeuw een document met een beladen geschiedenis in handen.
Het betreft het oorspronkelijke handschrift van het liedje Heeft u een sigarenbandje? In de tekst staat bij de beginwoorden van de zinnen om en om een naam: Greetje, Ab, Greetje, Ab… Vijftien jaar geleden heeft Maarten Eilander meegewerkt aan een Bob Scholte-cd die het Theater Instituut Nederland uitbracht. Hij kent dus de geschiedenis die met dit liedje verbonden is.

We schrijven januari 1936. In een Hilversumse opnamestudio wordt een liedje opgenomen, geschreven door Eddy Noordijk op een tekst van Louis Schmidt. Het orkest staat onder leiding van Kovacs Lajos, het alter ego van de tekstdichter. Opmerkelijk: het lied wordt niet gezongen door de bekende radiozanger Bob Scholte, maar door zijn kinderen, Ab en Greetje. Bob Scholte (in 1902 geboren) is al enige jaren vast verbonden aan de AVRO, en één van de belangrijkste artiesten van het populaire radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein. In 1940 veranderde alles: toen Nederland bezet was kon hij als jood al snel niet meer optreden. Zijn zoon Ab werd aan het begin van de oorlog naar een concentratiekamp gedeporteerd en Bob Scholte zelf wist als enige van zijn familie te overleven. Direct na de oorlog ging hij weer optreden; hij overleed in 1983.

Past de ene vondst, zoals bovengenoemd geval, in een al ‘bekend’ verhaal, bij andere moet er nader onderzoek worden verricht om het verhaal te kunnen schrijven. Zo stuitte ik onlangs – in een rubriek met vooral hoorspelen - op een werk van Marius Monnikendam (1896-1977), waarover (nog) niet veel gegevens te vinden zijn: De lijdende Christus. Het past in de rij van (vooral Nederlandse) composities die niet in de ‘officiële’ werkenlijsten van de betreffende componisten staan vermeld, doordat ze alleen ‘voor de radio’ zijn uitgevoerd. (Overigens is dit al het twaalfde handschrift van deze componist in de collectie van de MB.) Doordat veel oude jaargangen van dagbladen sinds enige tijd online raadpleegbaar zijn is over dit werk bekend dat de (oorspronkelijke, Latijnse) tekst van Hugo de Groot in opdracht van de KRO is vertaald (Utrechts Nieuwsblad, 30/1/1941). ‘Het ligt in het voornemen de uitzending te doen plaats vinden op den eersten Zondag van de Vasten. Bij de reien wordt de muziek gecomponeerd door MM, etc.’ Uit de programmagegevens van de omroepensembles blijkt dat het nog enkele jaren heeft geduurd voordat het tot een radio-opname is gekomen: woensdag 2 april 1947 is het opgenomen door het Radio Philharmonisch (pas zo’n 10 jaar later werd het Filharmonisch) Orkest onder leiding van Paul Hupperts. (Nog) niet vastgesteld is welk vocaaI ensemble heeft meegewerkt (vermoedelijk het Radiokoor, ‘voorloper’ van het Groot Omroepkoor). Een bijgevoegd fragment uit de uitzendgegevens ten behoeve van de radiouitzending laat zien dat de opname twee dagen later is uitgezonden. Het werk kan nu worden vermeld in toekomstige werkenoverzichten van Monnikendam.

Door (een deel van) de gevonden bladmuziek te digitaliseren en via www.muziekschatten.nl toegankelijk te maken kan elke geïnteresseerde er kennis van nemen. (Via deze website is ook de opname uit 1936 van het bovenaan genoemde liedje te horen!)
Op deze wijze kan ‘het plaatje’ van het muziekleven in de eerste decennia van de radio (en daarmee de omroepmuziekcollecties) in ons land steeds verder worden ingevuld. Nu eerst zien wat verder schatgraven in de nog onontgonnen onderdelen van de grootste muziekbibliotheek van Nederland en wijde omtrek gaat opleveren.

Bekijk de gedigitaliseerde bladmuziek en beluister de opname van 'Heeft u een sigarenbandje?' met Ab en Greetje Scholte & orkest onder leiding van Kovacs Lajos.

> Uyt den ouden doosch #23 - Piet Ekel (1921-2012)

zaterdag 25 augustus 2012

Groot Omroepkoor zingt Ave Verum in 10e van Tijl

"Ik verlaat me op visuele cues van de mimiek van collega Elma"


door Pierrette de Zwaan, alt

Onaards vroeg gaat de wekker, maar ik spring er vol goede moed uit. Vandaag gaan we in Dordrecht zingen. Het televisieprogramma De Tiende van Tijl wil een opname maken van Mozarts Ave Verum met het Groot Omroepkoor opgesteld in een lange rij door de gangen van het ziekenhuis. Om de rij lekker op te rekken zullen we verdund worden met vrijwilligers, verpleegkundigen en, wellicht, zelfs enige kwieke patiënten. Deze zullen tussen ons worden opgesteld. De camera trekt de rij dan langs en het eindresultaat valt mijns inziens lastig te voorspellen, maar zo'n regisseur wist vast wel wat hij deed toen hij deze aanpak bedacht.
Hoewel ik gisteravond jarig was (iets met een 4 erin, waar ik het verder niet over wil hebben), bevind ik mij in een zachtaardige, ja welhaast charitatieve stemming. Mijn man en kinderen zal ik heerlijk laten slapen. Dat ík er zo vroeg uit moet, daar hoeft toch zeker niet iedereen onder te lijden? Toevallig ga ik goede werken verrichten in Dordrecht maar thuis kan ik dat ook, gratis en voor niets!
 

"Best schrikken als je vrouw ineens iets met een 4 is..."
Geruisloos douche ik, geruisloos kleed ik mij aan, en geruisloos tracht ik de vouwfiets uit de berging te halen. Dom, daar had ik natuurlijk twee dagen geleden al aan moeten beginnen. Het ding staat achter een vouwbed op wielen, onder een bolderkar, twee zakken vol schepjes met emmertjes, gezellig in omstrengeling met een loopfietsje en een kabouterfiets met zijwieltjes. Zo kom ik natuurlijk nooit op tijd bij de trein.
Mijn charitatieve stemming slaat abrupt om want krachtdadig optreden is nu vereist. Nadat het bouwsel in de berging met donderend geraas is omgelazerd, heb ik de vouwfiets in mijn begerige knuistjes. Inmiddels begint al wat kindergehuil, maar dat heb ik mooi even niet gehoord want ik ben een vrouw met een missie. Ik zoek nu het kekke lichtgewicht slot van de vouwfiets.
Echtgenoot moet de kinderen doen, hij heeft mijn verjaardag ietsje langer doorgevierd dan ik want het is best schrikken als je vrouw ineens iets met een 4 is. Dat behoeft enige verwerking, ik begrijp dat wel. Ik hoor hem stommelen. Nu niet hoorbaar uitlachen, dat lijkt me het verstandigst.
Het slot van de vouwfiets is er weliswaar, maar de sleutel blijkt ook na zorgvuldig zoeken niet tussen de achtentwintig sleuteltjes in het bakje te liggen, dus ik neem een motorslot van een kilo of vijf mee. Ben inmiddels erg aan de late kant, ik ruk en schop de fiets in gebruiksstand en dan blijkt de ketting eraf te liggen.
Ik vind mezelf ineens best zielig, maar dan staat Echtgenoot als een deus ex machina ook buiten en ik kijk tevreden toe hoe zijn lelieblanke doktersvingers binnen vijf seconden gitzwart zijn. Ik fleur er helemaal van op en de schat bedient ook nog de fietspomp. De satansfiets doet het daarna buitengewoon goed dus ik haal de trein. En de trein rijdt! Zonder vertraging! 

Een lange sliert door de gangen, hand in hand
Dordrecht! Heerlijk fietspad! Wat een zalige koffie in het ziekenhuis! We repeteren eerst wat onder leiding van onze nieuwe chef Gijs Leenaars en nee, ook vandaag mogen we weer niet vals zingen. Hij krijgt het gedaan dat we in een kwartier een intiem, onschuldig geluid produceren en dat is voor mij net zo hoopgevend als de modulatie naar D-groot die de genezing van alle zieken of dan toch op zijn minst die van Constanze Mozart zou kunnen beduiden. Mozart schreef het stuk naar verluidt als dank voor de genezing van zijn vrouw die in kuuroord Baden vertoefd had.
Daarna maken we eerst een aparte geluidsopname in de centrale hal van het ziekenhuis. Dat is snel voor elkaar en dan komt het beeld. Inderdaad een lange sliert door de gangen, hand in hand. We zingen zachtjes wat mee met de opname die via geluidsmonitors meeloopt wat voor mij in ieder geval moeilijk is omdat ik de monitor niet goed kan horen. Ik verlaat me op visuele cues van de mimiek van collega Elma die om de bocht staat en de monitor volgens mij wel moet kunnen horen. Het resultaat van deze carambole is nogal ongelijk, maar ach de cameramensen zijn toch allang weer verderop. Dit doen we een paar keer en dan staat het er op. Ik ben zeer benieuwd naar het eindresultaat...


(foto's: Paul van den Berg)

dinsdag 10 juli 2012

Uyt den ouden doosch #23 - Piet Ekel (1921-2012)

Meer dan Malle Pietje

door Jan Jaap Kassies

Veel ‘beroemdheden’ ontlenen hun faam aan één aspect van hun leven c.q. werk. Bij nadere beschouwing blijkt dan vaak dat ze zich met vele, soms geheel andere zaken hebben beziggehouden. Deze zijn dan volledig op de achtergrond geraakt door die ene ‘hit’. Niet alleen popgroepen, componisten en schrijvers treft dat lot, ook omroep(anno nu media-)persoonlijkheden hebben te lijden onder een dergelijke blikvernauwing.

Op 28 juni overleed op 90-jarige leeftijd de acteur Piet Ekel, bekend door zijn rol van Malle Pietje in de televisieserie Swiebertje. Zijn carrière was begonnen bij ‘de radio’: kort na de Tweede Wereldoorlog rolde hij in het vak door met een voordracht een radiowedstrijd te winnen. Hij werd discotheekmedewerker bij Radio Nederland in Overgangstijd, waar hij zijn collega’s vermaakte met imitaties van bekende personen. Vervolgens werd hij gastacteur bij de hoorspelafdeling van de Nederlandsche Radio Unie. Hier speelde hij vooral ‘bijzondere gevallen’, zoals heksen, reuzen, boeren en narren. Hij werkte als acteur of regisseur mee aan meer dan duizend hoorspelen, en was vele jaren betrokken bij allerlei radioprogramma’s van uiteenlopende omroepverenigingen, zoals Negen heit de klok, De bonte Dinsdagavondtrein en NCRV’s Steravonden. Ook reisde hij jarenlang het land door met cabaretprogramma’s van radio-artiesten voor de omroepen, om nieuwe leden te werven of de band met de leden te verstevigen.

Lange tijd was hij samensteller en regisseur van ‘Nationale programma’s’ van de gezamenlijke omroepverenigingen. Hierbij ging het onder meer om de viering van koninklijke verjaardagen, herdenkingen/vieringen op 4 en 5 mei, Prinsjesdag, de Watersnoodramp of de Hongaarse Opstand. Naast zijn optredens als acteur, cabaretier, imitator, coach, producent/regisseur bij radio en tv deed hij nasynchronisaties en reclamespots en was hij Bart van de Melm, de praatboer bij KRO’s Bietenbouwers. Oudere lezers herinneren zich de titels wellicht: Calimero, Paulus de Boskabouter, Barend de Beer, Coco en de vliegende knorrepot etc. etc. Ook acteerde hij op het toneel en in de film Op de Hollandse toer (met Wim Sonneveld). In de Muziekbibliotheek bevindt zich niet alleen muziek die is gebruikt bij een aantal van bovengenoemde radioprogramma’s (zie hier voor een fraaie bloemlezing), maar ook het uitvoeringsmateriaal van de NCRV-hoorspelserie Lieden in Last voor de Steravonden in het seizoen 1960/61. De tekst hiervan werd geschreven door Alexander Pola en Nicolaas Mens, de muziek door Guus Jansen, die ook verantwoordelijk was voor de uitvoering ervan. Acteurs die meewerkten: Péronne Hosang, Jan Pruis, Lex Goudsmit, Rijk de Gooijer, Herbert – Klukkluk – Joeks (nog zo iemand die meer deed dan alleen in de Pipo-serie acteren) en vele anderen.

> Uyt den ouden doosch #22 - Het Mariannelied

donderdag 3 mei 2012

Uyt den ouden doosch #22 - Het Mariannelied

door Jan Jaap Kassies

Op 1 mei wordt al sinds lange tijd De Internationale gezongen, symbool voor de strijd van de arbeidersbeweging voor een betere maatschappij. Strijdliederen behoorden vanaf het begin tot de kern van de VARA-programmering; elke uitzenddag opende en sloot met een lied, veelal gezongen door een koor van de Bond van Arbeiderszangkoren. Na de verkiezingen van april 1933 trad het kabinet-Colijn aan, dat het gezag wilde herstellen en versterken, en strenge controle wilde op ‘de politiek in de radio’. Dit culmineerde in een rigoureuze beperking op het uitzenden van strijdliederen, om zo de ‘funeste’ invloed van de VARA een halt toe te roepen. Op 17 oktober ontving de VARA een brief waarin uitzending van De Internationale in elke vorm werd verboden. Alleen strijdliederen waarin, zonder de huidige maatschappij te verwerpen, een betere toekomst wordt bezongen, waren nog toegestaan. Het niet lang daarvoor gecomponeerde Solidariteitslied (Voorwaarts en niet vergeten) van Hanns Eisler zou voorlopig niet meer klinken via de ether. Een ander strijdlied van zijn hand, genoteerd in de maand waarin Colijn aan de macht kwam, lag bijna 80 jaar op ontdekking te wachten in de kelder van de Muziekbibliotheek.

De Flierefluiters
De Muziekbibliotheek van de Omroep (MB) is ca. 70 jaar geleden tot stand gekomen. Voordien hadden de omroepverenigingen (AVRO, VARA, KRO, NCRV en VPRO) elk een eigen collectie bladmuziek. Doordat de MB-collectie nog niet volledig in kaart is gebracht duiken er de laatste tijd, nu wat intensiever naar het ‘oude materiaal’ wordt gekeken, regelmatig bijzondere zaken uit de pre-automatiseringsperiode (voor 1980) op. Behalve honderden handgeschreven Nederlandse composities bevinden zich daar ook interessante werken van Duitse hand onder. Na de vondst van het Pianoconcert van Hindemith-leerling / Mendelssohn-prijswinnaar Bernard Heiden (totaal onbekend – wie gaat het uitvoeren?) kwam zeer recent het manuscript van het Mariannelied van Hanns Eisler uit een oude VARA-map tevoorschijn. Het gaat om een ‘Bearbeitung eines holländischen Sozialistenmarsches’ voor blaasorkest (incl. piano, banjo en slagwerk), die Eisler in 1933 schreef voor het destijds vermaarde VARA-ensemble De Flierefluiters. Het Mariannelied (oorspr. La Marianne) werd in 1883 gecomponeerd door ene Léon Trafiers – een man over wie zo weinig bekend is dat zijn naam op de Nederlandse uitgave als ‘Frafiers’ staat vermeld.

Door Eisler gedirigeerd
Hanns Eisler, wiens 50ste sterfdag dit jaar wordt herdacht, ontvluchtte zijn geboorteland nadat Hitler er in 1933 aan de macht kwam; iemand die een jaar eerder het Solidariteitslied had geschreven (met Bertolt Brecht) had daar weinig meer te zoeken. Aan het begin van zijn ballingschap deed hij even Hilversum aan; hij was daar in december al eens geweest om, samen met de grote zanger Ernst Busch, mee te werken aan een Oudejaarsconcert voor de VARA-radio, begeleid door De Flierefluiters. Een VARA-medewerker had het tweetal op de trein terug naar Berlijn gezet en gezegd dat ze in geval van nood altijd welkom waren. Terwijl Ernst Busch nog vele malen voor de VARA-microfoon zou optreden – hij heeft zelfs enige tijd in Nederland gewoond – bleef Eislers aanwezigheid hier beperkt. Dankzij het monnikenwerk van Ad Maatjens – hij inventariseerde voor zijn studie Populaire muziek op de radio 1919-1941 alle muziekuitzendingen verzorgd door de toenmalige radio-ensembles – is bekend dat Eisler op 15 april 1933 het VARA-ensemble De Flierefluiters dirigeerde. Wellicht werd het lied gezongen (in de jaren ’20 was er in de reeks Het opstandige lied een uitgave verschenen met een Nederlandse tekst van P.C. de Ruyter) – vooralsnog is dat niet zeker. De datering die uitgeverij Breitkopf & Härtel toekent aan deze bewerking van het Mariannelied (1933?) kan dus zonder reserve worden aangenomen. Goed dat Colijn niet een halfjaar eerder aan de macht is gekomen…

(Bron: H. Wijfjes – VARA, biografie van een omroep)

> Uyt den ouden doosch #21: De verrassende inhoud van een oude kast